De grote klit Arctium lappa is een tweejarige plant uit de familie van de samengesteld- bloemigen of Composietenfamilie (Asteraceae). Deze plant die nauw verwant is aan de distel, komt in het wild voor in Europa en Azië, en groeit meestal langs bermen, en open plekken in de bossen.
De forse en gegroefde stengel draagt donkergroene bladeren die aan de onderzijde grijswit zijn en fluwelig behaard, ze zijn groot, hartvormig en gesteeld. De roze tot purperen bloemen zitten in een schermvormige tros, en bloeien van juli tot augustus. De vrucht is bruinrood, en heeft weerhaakjes, die aan de vacht van dieren en de kleding van mensen blijven hangen en zo verspreid worden.
De plant heeft een lange, vlezige penwortel, die wel eens verward kan worden met die van de Wolfskers.
Zaai tussen maart en juni rechtstreeks en breeduit in volle grond. Bedek het zaad met 1 cm aarde. Het is aanbevolen, om het zaad eerst in water te laten weken, teneinde de kieming te versnellen.
De lange penwortels gaan diep in de grond, spit de grond dus voor het zaaien diep om. Dat zal straks ook het oogsten ten goede komen.
Oogst de wortels 5 à 6 maanden na het zaaien. Daarna gaan de wortels verhouten en zijn dus minder geschikt voor consumptie.
In het tweede jaar krijgt de plant (mooie) distel-achtige bloemen die druk bezocht worden door vlinders en hommels.
Men gebruikt de wortels van eenjarige planten die opgegraven wordt in de herfst, maar ook de bladeren die verzameld worden in het voorjaar, deze kunnen ook culinair worden toegepast. Ook de zaden worden toegepast. Kompressen met Klitwortel worden toegepast bij eczeem en andere huidkwalen.
De klitwortel heeft een zachte smaak die moeilijk met iets anders te vergelijken is. Jonge bloemstengels kunnen in het late voorjaar voordat de bloemen verschijnen ook gegeten worden. De smaak lijkt wat op die van artisjok.
Het klitkruid bevat onder andere antibiotische stoffen, inuline, wavel, glycerine, bitterstoffen, looistoffen, looizuur en slijmstoffen.
Dankzij de antibiotische stoffen die in klit aanwezig zijn heeft hij een infectiewerend effect op de huid en is zodoende heilzaam bij: huidinfecties, acne, brandwonden en slecht helende wonden. Maar hij is ook werkzaam bij psoriasis, huidschilfers, eczeem, insectenbeten, huidschimmel en bevordert de haargroei.
Kliskruid wordt ook aangewend bij alle infecties van de spijsvertering, werkt bacteriedodend en antibiotisch. Bij slijmvliesontsteking. Ook bij infecties van de mond en keel. Verlaagd de bloedsuiker. Versterkend middel. Ook bij diarree. Zeer goede bloed - en leverreiniger. Verder bij maagzweren lever - en galaandoeningen (hier wordt echter ook voor gewaarschuwd). Door de urinedrijvende werking, ook een goed middel bij jicht en reumatische aandoeningen.
Er wordt gewaarschuwd tegen langdurig inwendig gebruik, het zou het zwakke spijsverteringskanaal kunnen aantasten, verder niet gebruiken bij een zwakke maag en bij ernstige lever - en/of galklachten.
Grote klit heeft een zeer lange geschiedenis als geneeskruid, zo zou de Franse koning Hendrik III van een huidinfectie genezen zijn door de plant. Het kruid zat veel in cosmetische mengsels om de huid mee te bleken. Ook in de traditionele Chinese Geneeskunde wordt de Grote Klis toegepast bij allerlei infecties, met name die van de keel.
Laat 30 gram klitwortel gedurende een half uur trekken op drie koppen heet water.
Zeven en in tweeën verdeeld over de dag uit drinken.
Kliswortel | |
---|---|
![]() Bloeiende kliswortel |
|
Taxonomische indeling | |
Rijk | Plantae (Planten) |
Stam | Embryophyta (Landplanten) |
Klasse | Spermatopsida (Zaadplanten) |
Clade | Angiospermae (Bedektzadigen) |
Clade | 'nieuwe' tweezaadlobbigen |
Clade | Campanuliden |
Orde | Asterales |
Familie | Asteraceae (Composietenfamilie) |
Geslacht | Arctium |
|
88 Kcal 75,64 gr. water 21,15 gr. koolhydraten 2,09 gr. eiwit 3,55 gr. suikers 0,14 gr. vet 1,80 gr. vezels
Mineralen
49 mg. calcium, Ca 0,77 mg. ijzer, Fe 39 mg. magnesium, Mg 93 mg. fosfor, P 360 mg. kalium, K 240 mg. natrium, Na 0,38 mg. zink, Sn
Vitaminen
0,03 mg. B1 (Thiamine) 0,05 mg. B2 (Riboflavine) 0,28 mg. B6 (Pyrixodine) 20 µg. B11 (Foliumzuur) 2,60 mg. C (Ascorbinezuur)