Splijtkool of duizendknoppige kool Brassica oleracea var. acephala is een plant uit de Kruisbloemenfamilie (Cruciferae of Brassicaceae). Het is een bladkool, de licht, tot donkergroene bladeren staan dicht op elkaar ingeplant maar vormen in tegenstelling tot andere koolgewassen geen kool, maar een krop van losse bladeren.
De plant heeft een korte, soms sterk verhoute, maar weinig verdikte stronk (stengel) en verdraagt enige vorst. Eeuwig moes is een vaste of meerjarige groente die jaar na jaar terug in de moestuin verschijnt.
Splijtkool is misschien wel de oudste onder de koolsoorten en wordt onder veel namen genoemd, zoals: eeuwig moes, duizendknop, splitkool, oudewijvenkool, armeluisgroente…
Vroeger werd dit gewas geteeld als veevoeder.
Eeuwig moes staat graag op zand- leem of kleigrond. Zolang hij maar goed gedraineerd is en verrijkt met organische meststoffen en compost. Hij verkiest wel een plaatsje in de half-schaduw, volle zon kan immers verbranding veroorzaken.
Splitkool wordt over het algemeen vermeerdert via stekken, aangezien deze plant zelden of nooit bloeit, is zaad bijna onvindbaar.
Neem in tussen maart en mei kopstekken van 5 à 7 cm en steek ze in potjes gevuld met stek of zaaigrond. Zorg dat er geen bladeren van de stek in de grond zitten om rotting te voorkomen. Geef de stekken water en plaats ze in een miniserre ok kas of dek ze af met een doorzichtig plastiek tegen uitdroging. Reeds na één week zullen de stekken inwortelen en flink doorgroeien.
Plant ze buiten tussen april / juni liefst in half-schaduw, op een afstand van 70 X 50 cm. Aangezien het een doorlevende plant is kun je hem ergens in een verloren hoekje van de tuin zetten. Daar kan hij gemakkelijk enkele jaren blijven staan, zelfs 25/30 jaar of langer.
Geef tijdens de zomer in droge perioden voldoende water.
Net als alle bladgroenten, heeft ook eeuwig moes te kampen met een aanval van slakken Gastropoda en rupsen Lépidoptère. Vooral de rups van het koolwitje.
Voor de rest kan splitkool natuurlijk met dezelfde belagers en ziekten te maken hebben van de andere koolsoorten. kijk hiervoor bij sluitkolen.
Bij een weelderige groei kunnen de stelen van de plant wel 1 meter hoog worden. Hierbij kan hij dan ook wel wat steun gebruiken.
De bladeren van splitkool kunnen van juli tot eind september geplukt worden en in heel wat warme gerechten verwerkt worden. De plant zal gewoon verder groeien en nieuwe bladeren leveren. Bij oudere bladeren is het wel aan te raden om de taaie middennerven weg te snijden.
Splijtkolen zijn ook goed te gebruiken als voeder voor konijnen, kippen en vogels. Zelfs schildpadden en hamsters zijn er verzot op.
Deze groente helpt het immuunsysteem te versterken en bevat heel wat vitamines.
Splijtkool heeft een typische koolsmaak en de jonge bladeren kunnen gekookt worden als rode of witte kool, of verwerkt in stampot of groente-stoofschotels.
Splijtkool, eeuwig moes, duizendknoop of armeluisgroente is hoogst waarschijnlijk één van de oudste koolsoorten.
Eigenlijk is het geen kool maar een krop met losse bladeren, die je naar hartelust kunt afsnijden. Tegenwoordig wordt deze soort vaak als sierplant in de bloementuin gebruikt.
Splijtkool | |
---|---|
![]() Duizendknoppige kool in bloei |
|
Taxonomische indeling | |
Rijk | Plantae (Planten) |
Stam | Embryophyta (Landplanten) |
Klasse | Spermatopsida (Zaadplanten) |
Clade | Angiospermae (Bedektzadigen) |
Clade | 'nieuwe' tweezaadlobbigen |
Clade | Geavanceerde tweezaadlobbigen |
Clade | Malviden |
Orde | Brassicales |
Familie | Brassicaceae (Kruisbloemenfamilie) |
Geslacht | Brassica (Kool) |
|
Ingrediënten
Bereiding
Bron:Het grote boek van de vergeten groenten. Jean-Baptiste Prades (Oosterhout: Deltas, 2002).