Dragon Artemisia dracunculus is een plant uit de composietenfamilie (Asteraceae). De plant wordt toegepast als keukenkruid dat vooral bekend is uit de klassieke (Franse) keuken.
Deze uit Midden-Azië en Midden- en Oost-Europa afkomstig winterharde overblijvende plant wordt gebruikt als keukenkruid. In sommige streken noemt men dit kruid ook wel keizersla, drakenkruid of slangenkruid.
Fijn gehakte blaadjes, zowel gedroogd als vers, zijn een smakelijk supplement bij omeletten, salades, vis- en vleesgerechten maar ook bij andere groenten waaronder peulbonen.
Het keukenkruid smaakt het sterkst wanneer men het oogst voor de bloei en men dient het steeds vers te gebruiken. Gekneusde bladeren en in gedroogde toestand moet veel aan aroma inboeten.
Dragon staat graag in voedzame en goed doorlaatbare grond, op een beschutte plaats in de zon. Goed gedraineerde grond is noodzakelijk wil men sclerotiënrot voorkomen bij nat weer. Daar de plant van origine afkomstig is uit zuiderse landen is het aangewezen het kruid gedurende de winter af te dekken met bladeren.
Dragon kunt u best opkweken uit de wortelstokken van oudere planten. Snijd stekken van de wortels in maart of april en plant ze opnieuw 5 à 7,5cm diep, en 30 cm. uit elkaar. Of neem in april 5 - 7,5 cm stekken van de scheuten, zet ze in zandgrond in een gesloten bak bij 13 à 15°C. Verplant de bewortelde stekken in 8cm potjes, en kweek ze nog enkele weken verder in de bak.
Plant de gewortelde stekken in oktober buiten met een onderlinge afstand van 30 cm. Dragon kan enkele jaren op dezelfde plaats blijven staan en heeft in princiepe weinig zorg nodig. Maar na een paar jaar gaat de smaak van de bladeren wel achteruit.
Verwijder de bloemen zodra die verschijnen, om de bladgroei te stimuleren. Bladeren kunt u gedurende het ganse groeiseizoen plukken. Wilt u ook in de winter over vers blad beschikken (verse bladeren smaken beter dan gedroogde of ingevroren), haal dan in september een paar planten uit de grond en zet ze in de koude bak.
Dragon heeft weinig last van plagen, enkel sclerotiënrot kan wel eens voorkomen, vooral bij aanhoudend vochtig weer, de planten verwelken en sterven af.
Dragon heeft een bittere, peperachtige anijssmaak. Optimaal is wanneer men het kort laat mee opwarmen en voor het opdienen toevoegt aan de gerechten. Gebruik het ook met mate want anders kan de smaak nogal opdringerig over komen.
Het is vooral bekend uit klassieke sausen zoals bearnaise, maar wordt ook vaak gebruikt in vinaigrettes en mosterd. Van de bloemen en de blaadjes kan een thee getrokken worden die de werking van de nieren ondersteunt.
Dragon wordt vooral gebruikt in kip- en eiergerechten, salades, vinaigrettes (tartarensaus). Een dragon- of bearnaisesaus maakt van onze maaltijden een culinair festijn . Ook de populaire dragonazijn smaakt enorm lekker bij salades,...
Dragon vormt een bestanddeel van de Fines herbes, een kruidenmengsel dat vaak gebruikt wordt om soepen, eieren, salades, en kruidenboter op smaak te brengen.
Van de bloemen en de blaadjes kan een thee getrokken worden die de werking van de nieren ondersteunt.
Dragon wekt de eetlust op en stimuleert de spijsvertering. Het kruid heeft een kalmerend effect bij maagkrampen en ook bij een hikaanval is het een redder in nood.
Dragon is vochtafdrijvend. In vroegere tijden werd het zelfs gebruikt tegen kiespijn (kauwen van dragonblaadjes), ook als thee voor het slapengaan kan dragon onze nachtrust bevorderen.
Bij een zoutloos dieet is dragon een aangenaam alternatief, gezien de pittige, zurige smaak.
Dragon bevat de stoffen estragol en methyleugenol, die bij dierproeven en ander onderzoek gentoxisch blijken te zijn en daarmee mogelijk kankerverwekkend. Of dragon ook kankerverwekkend is moet uit nader onderzoek blijken.
Ik geloof dat indien ik ooit kannibalisme moest uitoefenen, ik het zou doen waar genoeg dragon in de buurt was.
James Beard
Dragon | |
---|---|
![]() Dragon |
|
Taxonomische indeling | |
Rijk: | Plantea (Planten) |
Stam: | Embryophyta (Landplanten) |
Klasse: | Spermatopsida (Zaadplanten) |
Clade: | Bedektzadigen |
Clade: | 'nieuwe' Tweezaadlobbigen |
Clade: | Campanuliden |
Orde: | Asterales |
Familie: | Asteraceae |
|
Methyleugenol is een aromatische stof die behoort tot de allylalkoxybenzenen, samen met onder meer estragol en safrol. Van deze stoffen wordt vermoed dat ze kankerverwekkend zijn. In het elfde Report on Carcinogens uit 2006 van het Amerikaanse Department of Health and Human Services is methyleugenol aangeduid als reasonably anticipated to be a human carcinogen (d. i. een stof waarvan redelijkerwijs verwacht wordt dat ze kankerverwekkend is voor de mens). Het wetenschappelijk comité voor voedsel van de Europese Unie heeft in 2001, besloten dat methyleugenol aantoonbaar genotoxisch en carcinogeen is. Voor dergelijke stoffen kan er geen veilige drempelwaarde voor blootstelling aangeduid worden; het wetenschappelijke comité dat de opinie opstelde, stelde daarom aan de Europese Commissie voor om beperkingen aan de gebruikte hoeveelheden van de stof in te voeren.
Het carcinogene karakter van methyleugenol is gebleken uit dierproeven. Zowel bij ratten als muizen veroorzaakte de stof verschillende types kanker, vooral in de lever, en dit reeds bij de laagst toegediende dosis. Daarbij is de metaboliet van methyleugenol,
1'-hydroxymethyleugenol, sterker kankerverwekkend en genotoxisch dan methyleugenol zelf.
Voor de medicinale kruidenproducten waarin methyleugenol voorkomt heeft het Europese Geneesmiddelenbureau in 2004 besloten dat er geen significant kankerrisico verbonden is aan het normale gebruik van dergelijke producten bij volwassenen.