aaltje

Aaltjes zijn meercellige, dunne, transparante, kleurloze microscopisch kleine wormpjes. Die je overal kunt tegen komen. Niet alleen in de grond, maar ook in het water, op planten en dieren en zelfs bij de mens.

Ondanks hun zeer kleine afmeting zijn ze zeer schadelijk voor veel kruidachtige sierplanten, groentesoorten en zelfs bomen en heesters. Vele aaltjes, zoals blad-, stengel- en wortelknobbelaaltjes leven in de grond en kunnen van daaruit de wortels van verschillende planten aantasten. Aaltjes kunnen zich in korte tijd bijzonder snel vermenigvuldigen; zo kan één enkele narcisbol enige miljoenen levende aaltjes bevatten. De aantasting kan allerlei symptomen geven, o. a. dwerggroei, geen bloem, misvormde bloemen en bladeren en het doodgaan van de planten.

Soorten

Bladaaltjes (Aphelenchoides-soorten)

Deze aaltjes tasten vooral het blad van de planten aan. Maar er kunnen ook afwijkingen voorkomen aan de bollen, knollen, bloemen of stengels. De aantastingbegint meestal bij de onderste bladeren. Vochtig weer is er de oorzaak van dat bladaaltjes zich vanuit de grond of vanaf plant verder omhoog over de plant kunnen verplaatsen.

Stengelaaltjes (Ditylenchus-soorten)

Bij aantasting door stengelaaltjes zie je dan eerder gekromde stengels, verkroezing en verkleuring van het blad. Ook hier kunnen de planten er helemaal door kapot gaan.

Wortelknobbelaaltjes (Meloidogyne-soorten)

Deze aaltjes banen zich een weg door de wortels en veroorzaken knobbel- of galvorming. De groei van de plant gaat sterk achteruit. De aantasting is zeer besmettelijk voor veel andere planten.

Vrij levende wortelaaltjes (Pratylenchus- en Rotylenchus-soorten)

Dat zijn de meest voorkomende aaltjes. Ze veroorzaken bruine vlekken op de wortels, die zich snel uitbreiden, waardoor de hele wortel bruin wordt en afsterft.

Bestrijding

Voor de hobby tuinder is bestrijding met chemische producten onmogelijk omdat, in verband met de gevaren bij het gebruik ervan, geen middelen verkrijgbaar zijn. Daarom is het belangrijk om deze plaag te voorkomen. Tagetes planten of zaaien is misschien wel één van de eenvoudigste manier van bestrijden, deze planten scheiden stoffen af die voor aaltjes dodelijk zijn. Je moet de aanplant van tagetes dan wel in uw vruchtafwisselingsplan opnemen, een gewone randbeplanting van deze planten helpt niet.

Er zijn nog andere bloemen die in aanmerking komen. Zo zouden kamille, rudbeckia, kogeldistel en goudsbloem hetzelfde effect hebben, maar dat is nog niet wetenschappelijk bewezen. Alleen van Tagetes, Helenium en Echinops is het zeker dat ze helpen.

Nog een middeltje dat enig soelaas kan brengen, is het stomen of het begieten van zaai en stekbedden met heet water. Het enige alternatief is: aangetaste planten verwijderen en vernietigen (verbranden). Werk zo hygiënisch mogelijk en schaf onaangetast plantmarteriaal aan van bekend staande kwekerijen.