De paarse morgenster Tragopogon porrifolius, ook wel haverwortel, armeluisasperges, witte schorseneren, oesterplant, boksbaard en keukenmeidenverdriet genoemd, behoort tot de composietenfamilie (Compositae oftewel Asteraceae).
De soort komt oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied , waar hij sinds de oudheid als groente werd gebruikt. In België en Nederland is de soort ingeburgerd. Tragopogon ×mirabilis is een natuurlijke hybride tussen de paarse mogenster en Tragopogon pratensis.
Vroeger werd hij regelmatig geteeld in onze streken , maar is uiteindelijk in de vergeethoek geraakt, mede door het feit dat het een nogal moeilijk te reinigen groente is.
Het is een tweejarige plant die 0,2 - 1,2 meter hoog wordt. De stengels zijn kaal of licht vlokkig behaard. De bladeren zijn grasachtig, breed-lintvormig, aan de basis verbreed, parallelnervig en 10-15 cm lang. De plant is vorstbestendig.
In het tweede jaar bloeit de plant van april tot juni. Het bloemhoofd groeit solitair op sterk verdikte, eindstandige stelen en is 6-7 cm breed. Het bloemhoofd wordt meestal omgeven door tot acht lintvormige omwindselbladeren en bestaat alleen uit bruin-violette, tot 2,5 cm lange lintbloemen die zich bij warm weer openen. De vruchten zijn nootjes met daarop veerachtig vruchtpluis, dat korter is dan de vrucht.
Deze wortel lijkt uiterlijk goed op schorseneer. De smaak heeft meer iets van asperge, met een beetje zilte ondertoon. De bereiding is analoog aan schorseneer. Ook het schoonmaken is een vervelende klus.
Witte schorseneer heeft net als de gewone schorseneer liever een lichte zandgrond op een zonnige ligging om op te groeien. Maak vooraf de grond ongeveer 30cm diep goed los en verwijder alle stenen. Een flinke laag compost onderwerken komt de groei ten goede.
Zaai 1-1,50 cm diep rechtsreeks ter plaatse van begin maart tot eind april op rijen van 25cm uit elkaar, en dun de zaailingen uit zodra ze boven komen op 10 cm.
Houd het bed onkruid vrij en goed vochtig maar niet kletsnat. Een flinke mulchlaag kan hiertoe enige hulp bieden.
Vanaf oktober kan je oogsten naar behoefte en dat tot eind december. Laat de wortels zolang als mogelijk ter plaatse staan, dan blijven ze mooi vers want eenmaal geoogst worden ze nogal vlug houterig.
Wilt u meer weten, klik dan op de naam van de aandoening.
Roest Aceria essigi en meeldauw Oidium zijn de grootste vijanden voor witte schorseneer, maar ook bladluizen Aphididae, ritnaalden Elateridae en aaltjes Nematoda kunnen enige last bezorgen.
Door een goede vruchtwisseling toe te passen, kan je al veel last voorkomen.
Zaai geen witte schorseneren na erwten.
Praktisch alle delen van de witte schorseneer zijn eetbaar, de wortel, het loof en de bloem.
De wortel kan zowel rauw als gekookt worden gegeten, Jonge wortels kunnen geraspt worden om rauw te gebruiken in salades, oudere wortels kunnen beter worden gekookt. Deze worden dan ook meestal gebruikt in soep of stoofpotjes.
De zoet smakende, melksap bevattende wortel, waarvan de smaak aan oesters doet denken, is zeer voedzaam. De wortels moeten onder water worden geschild, vanwege het kleverige melksap.
Jonge zaadscheuten worden dikwijls rauw aan diverse salades toegevoegd of gebruikt bij sandwich beleg. Ze hebben een zoete smaak. Ook het jonge loof kan worden gekookt als groente, je kan ze klaar maken net als spinazie.
De bloemen die in het tweede jaar verschijnen kunnen ook gebruikt worden als garnering voor salades.
Ooit werd haverwortel gebrand en leverde dan een koffiesurrogaat.
Laat de wortels zolang mogelijk ter plaatse in de grond. Of haal ze uit de grond, snij het loof af en zet ze dan rechtop in een kuil die je kan afdekken met stro en aarde.
Witte schorseneer bewaard gedurende ongeveer 4 maand bij een temperatuur van 0°C. Vervroren wortels worden bros, behandel ze in dat geval zeer voorzichtig.
Zoals vele groentesoorten wordt ook de paarse morgenster in de volksgeneeskunde gebruikt. Nicholas Culpeper (1614–1645) schrijft: “De gekookte wortel is goed voor de koude, verwaterde maag”. Bovendien schreef hij de plant voor als lever en galblaastonicum. Maar ook Schwindsüchtige (naar de beschrijvingen van dit ziektebeeld gaat men ervan uit dat het om tuberculose ging) zouden er door aansterken.
Morgenster heeft wortels die veel fructo-oligosacchariden FOS en inuline bevatten, stoffen die weinig belastend zijn voor de suikerstofwisseling en de darmflora kunnen verbeteren. Als zodanig zijn ze dan ook geschikte groenten bij ouderdomsdiabetes, darmproblemen en bij vermageringskuren.